Profiel Deelnemers

Profiel van de deelnemers aan Dorp op Stap

In wat volgt wordt een profiel geschetst van de deelnemers aan Dorp op Stap. Deze schets start met een beschrijving van het geslacht en de leeftijd van de deelnemers. Vervolgens wordt het sociaal milieu van de respondenten gemeten. De indicatoren die hiervoor worden gehanteerd zijn het onderwijsniveau (het hoogst behaalde diploma) en het beroepsniveau van de deelnemers. Ten derde wordt het culturele leven van de respondenten beschreven. Concreet wordt de deelname aan een aantal (voornamelijk culturele) activiteiten het voorbije jaar bekeken. Ten slotte wordt de ‘cultuurkennis’ van een aantal grote Vlaamse culturele instellingen bij de deelnemers weergegeven.

De verdelingen betreffende geslacht, leeftijd, onderwijsniveau en beroepsniveau alsook de deelname aan activiteiten het voorbije jaar worden vergeleken met verdelingen in de Vlaamse bevolking. Deze vergelijking maakt het mogelijk na te gaan in welke mate de publiekssamenstelling van Dorp op Stap een afspiegeling vormt van de gehele bevolking in Vlaanderen. Voor wat betreft de Vlaamse gegevens omtrent deze kenmerken kunnen we een beroep doen op gewogen APS2000-data . Om deze vergelijking mogelijk te maken zijn enkel personen opgenomen tussen 17 en 80 jaar – de gegevens voor de weging waren enkel voor die leeftijdsgroep beschikbaar. Bij grafieken en tabellen waar geen vergelijking gemaakt wordt met de Vlaamse bevolking werden in de analyse alle leeftijdsgroepen opgenomen.

1. Geslacht en leeftijd

 

Tabel 1. Geslachtsverdeling deelnemers Dorp op Stap

  Dorp op Stap APS 2000

Geslacht

  N   %   N   %
Man  300  46,5  594  49,3
Vrouw  345  54,5  610  50,7
Totaal  645  100,0  1204  100,0

 

Tabel 1 laat zien dat vrouwen iets meer vertegenwoordigd zijn tijdens de dorpuitstap dan in de Vlaamse bevolking en mannen iets minder. Via bestaand onderzoek weten we dat mannen en vrouwen verschillen in un vrijetijdsbesteding en hun culturele smaak. Een meerderheid van empirische studies wijst bijvoorbeeld op een oververtegenwoordiging van vrouwen in het publiek dat deelneemt aan allerlei vormen van legitieme cultuur, zoals opera-, theater- en/ of museumbezoek (zie hiervoor bijvoorbeeld Bryson, 1996, Bihagen en Katz-Gerro, 2000). Deze bevinding wordt dus bevestigd door onze data.

Een tweede belangrijk sociaal-demografisch gegeven is de leeftijd. Tabel 2 geeft de  leeftijdsverdeling weer van de deelnemers aan Dorp op Stap.

Tabel 2. Leeftijdsverdeling  deelnemers Dorp op Stap

  Dorp op Stap APS 2000

Leeftijd

N % N %
18-24 jaar 58 8,8 136 11,3
25-34 jaar 84 12,7 228 18,9
35-44 jaar 158 23,9 246 20,5
45-54 jaar 147 22,3 209 17,4
55-64 jaar 117 17,7 170 14,1
65-79 jaar 96 14,6 215 17,8
Totaal 645 100,0 1204 100,0

 

Zoals we uit de tabel aflezen is de verdeling van Dorp op Stap algemeen bekeken gelijklopend met deze van de Vlaamse leeftijdsverdeling. De groep 18-24 jarigen vormt een kleine groep in beide verdelingen, evenals de ouderen boven de 55 jaar. Wanneer we echter de cijfers vergelijken zijn er verschillen te bespeuren tussen de verdeling van het Dorp op Stap-publiek en de verdeling in de Vlaamse bevolking wat betreft leeftijd. Zo zien we dat de groep 18 - 24 jarigen en de leeftijdsgroep van 25 tot 34 jaar minder vertegenwoordigd is in het Dorp op Stap-publiek dan in de Vlaamse verdeling. Ook de oudste leeftijdsgroep 65-79 jarigen is ondervertegenwoordigd in de verdeling van Dorp op Stap. De groepen tussen 35 en 64 jaar zijn meer vertegenwoordigd bij de publieksverdeling van Dorp op Stap dan in de Vlaamse verdeling.

Hierbij dient opgemerkt dat, zoals eerder vermeld, de leeftijdsgroep jonger dan 18 jaar en de groep ouder dan 79 jaar verwijderd werden uit deze analyse. Dit is belangrijk om te melden omdat er in de totale groep van respondenten (N=796) 16% kinderen (jonger dan 18 jaar) deelnamen aan de daguitstap. Deze groep vormt in de totale groep, dus ook een niet onbelangrijke grote groep. De oververtegenwoordiging van de leeftijdsgroep 35 – 44 en 45 - 54 jarigen kan mogelijk verklaard worden aan de grote groep aanwezigen beneden de 18 jaar. Ouders met jongere kinderen maakten van de Dorpuitstap een gezinsuitstap.

2. Sociaal milieu van de deelnemers

In wat volgt wordt het sociaal milieu van de deelnemers aan Dorp op Stap beschreven. De indicatoren die hiervoor worden gehanteerd zijn achtereenvolgens het opleidingsniveau (hoogst behaalde diploma) en het beroepsniveau.

Eén van de meest consistente bevindingen in het bestaande wetenschappelijke onderzoek naar participatie aan legitieme cultuur is het relatief hoge opleidingsniveau van de cultuurparticipanten (zie hiervoor bijvoorbeeld Bourdieu, 1984; Jacobs en Stoffelen, 1998). In wat volgt blijkt dat Dorp op Stap dit patroon niet volgt en vooral lager geschoolden aantrekt (zie tabel 3). Om dit beeld duidelijker naar voren te brengen wordt de verdeling wat betreft het opleidingsniveau in deze tabel niet enkel vergeleken met de Vlaamse verdeling maar eveneens met het Gentse theaterpubliek . Deze laatste gegevens blijken erg goed het algemene cultuurpatroon af te spiegelen wat betreft opleidingsniveau (zie hiervoor ook Ranshuysen, 2001).

Tabel 3. Opleidingsniveau  deelnemers Dorp op Stap

  Dorp op Stap APS 2000 GentsTheaterpubliek 2001

Opleidingsniveau

N % N % N %
Geen of lager onderwijs 109 17,5 313 26,0 25 1,4
Lager secundair 112 17,9 264 22,0 119 6,5
Hoger secundair 238 38,1 384 31,9 548 29,8
HOBU 124 19,9 174 14,5 618 33,6
Universiteit 41 6,6 69 5,7 529 28,8
Totaal 624 100,0 1204 100,0 1839 100,0

 

Uit de data van het (Gentse) theaterpubliek blijkt een sterke oververtegenwoordiging van hooggeschoolden.  Bijna twee derden van het (Gentse) theaterpubliek (62,4%) heeft een hogere opleiding genoten (tegenover ongeveer 20% in de Vlaamse bevolking). Hieruit blijkt, zoals eerder gesteld, het bijwonen van cultuuractiviteiten hoofdzakelijk een vrijetijdsbesteding van hooggeschoolden te zijn. Wat de deelname aan Dorp op Stap betreft, is slechts één vierde van de respondenten hoger geschoold (diploma hogeschool of universiteit). Deze 25% is weliswaar iets meer dan de algemene Vlaamse bevolking (20%). Opvallend is echter dat ongeveer 75% van de deelnemers aan Dorp op Stap geen diploma of maximum een diploma lager onderwijs, lager of hoger secundair onderwijs behaalde. De deelnemers aan Dorp op Stap blijken dus hoofdzakelijk lager geschoolden te zijn. Wanneer vastgesteld wordt dat het vooral hooggeschoolden zijn die participeren aan cultuurvoorstellingen kan Dorp op Stap, op dit punt alvast, als een geslaagd project beschouwd worden! Dorp op Stap trekt duidelijk een publiek aan dat normaliter niet of duidelijk minder deelneemt aan culturele activiteiten.

Tabel 4 toont het beroepsniveau van de deelnemers aan Dorp op Stap. Ook hier worden de data niet enkel met de Vlaamse gegevens vergeleken maar ook met participatiegegevens aan culturele activiteiten bij het Gentse theaterpubliek.

Tabel 4. Beroepsniveau  deelnemers Dorp op Stap

  Dorp op Stap APS 2000 GentsTheaterpubliek 2001

Beroepsniveau

N % N % N %
Student 25 4,3 59 5,0 357 19,5
Werkloze/gepensioneerde 181 31,2 353 29,9 209 11,4
Huisvrouw/man 54 9,3 113 9,6 75 4,1
Landbouwer/arbeider 95 16,3 228 19,3 47 2,5
Bediende 129 22,2 248 21,0 677 36,9
Klein zelfstandige 33 5,7 60 5,1 67 3,6
Hoger bediende/kader 44 7,6 85 7,2 265 14,4
Werkgever/vrij beroep 20 3,4 32 2,7 138 7,5
Totaal 581 100,0 1178 100,0 1834 100,0

Een vergelijking van het Dorp op Stap publiek met het (Gentse) theaterpubliek toont een aantal opvallende verschillen. Werklozen en gepensioneerden, huisvrouwen en –mannen, landbouwers en arbeiders blijken ondervertegenwoordigd in het Gentse theaterpubliek. Hoger bedienden, kaderleden, werkgevers en bedienden daarentegen blijken zich hier over te vertegenwoordigen. Uit deze gegevens zien we, hoewel een vrij ruwe beroepscategorisatie gehanteerd werd, dat voornamelijk personen uit beroepen met een hogere sociale positie deelnemen aan cultuuractiviteiten.

De verdeling van het publiek aan Dorp op Stap toont een zeer gelijkaardig patroon als de algemene Vlaamse verdeling wat het beroepsniveau betreft. Werklozen en gepensioneerden, landbouwers, arbeiders en bedienden vormen de grootste groepen deelnemers in zowel de Dorp op Stap-verdeling als in de gehele Vlaamse bevolking.

Ook wat het beroepsniveau betreft kan geconcludeerd worden dat Dorp op Stap een publiek aantrekt dat gewoonlijk minder of niet participeert aan legitieme cultuur! Het doel van de dorpuitstap om ‘iedereen’ te betrekken bij het gebeuren, pastoor en burgemeester, bedienden en arbeiders, de plaatselijke middenstand,... en niet enkel deze mensen die gewoonlijk deelnemen aan het cultuurgebeuren (de ‘hogere sociale klassen’) is wel degelijk bereikt!

3. Deelname aan (culturele) activiteiten het voorbije jaar

Om het ‘cultuurleven’ van de deelnemers in kaart te brenge n, werd hun gevraagd hoe vaak zij het voorbije jaar deelnamen aan activiteiten zoals een klassiek concert bijwonen, een rock/popconcert, een jazzconcert, e.d. De resultaten hiervan worden weergegeven in tabel 5.

Tabel 5. Procentuele verdeling van de respondenten naar frequentie van deelname aan activiteiten het voorbije jaar

  Nooit Een keer per jaar Meerdere keren per jaar Een keer per maand Meerdere keren per maand Totaal
Een klassiek concert bijwonen 55,8 27,9 15,3 0,3 0,7 577
Een rock/popconcert 53,3 29,6 14,9 1,3 0,9 550
Een jazzconcert 81,0 13,2 5,3 0,6 0,0 546
Een operavoorstelling 74,1 20,9 3,9 0,9 0,2 540
Een dansvoorstelling 50,7 34,5 12,1 1,7 1,1 537
Een museum bezoeken 24,7 36,0 34,7 2,6 1,9 570
Een theatervoorstelling bijwonen 34,3 37,0 25,3 1,8 1,6 557
Een cafe bezoeken 7,9 4,5 34,6 14,2 38,8 578
Naar de bioscoop gaan 19,6 23,5 43,2 8,8 4,9 567
Naar de bibliotheek gaan 36,8 11,1 27,1 10,5 14,5 560

 

Bij het bekijken van tabel 5 valt het op dat een grote groep deelnemers nooit of zelfden naar een klassiek concert, een rock/popconcert, een jazzconcert, een operavoorstelling of een dansvoorstelling ging het voorbije jaar. Ongeveer drie vierden van de respondenten bezoekt ten minste ‘een keer per jaar’ een museum. Iets minder dan een vierde van de respondenten deed dit het voorbije jaar nooit.

In de analyse werden deze gegevens afgespiegeld tegen de Vlaamse bevolking (deze cijfers zijn hier niet opgenomen) en worden kleine verschillen waargenomen. Opvallend is dat de deelnemers van Dorp op Stap sneller beweerden ‘een keer per jaar’ dan ‘nooit’ deel te nemen aan een culturele activiteit dan de algemene Vlaamse  bevolking. Hier vermoeden we echter dat neiging om sociaal wenselijk te antwoorden, zeker tijdens (of vlak na) een deelname aan deze dorpuitstap, bij de deelnemers groter is dan de gegevens bij de Vlaamse bevolking. Interessant in dit verband is een vergelijking van de resultaten van de postenquêtes.

Algemeen kan evenwel vast en zeker geconcludeerd worden dat een grote meerderheid van de deelnemers aan Dorp op Stap nooit of zelden deelneemt aan culturele activiteiten. Ook hier weer kan dus gesteld worden dat Dorp op Stap een drempelverlagend effect heeft op de deelname aan cultuur!

© Dorp op Stap 2008- contact
site by